Bedrog en gesjoemel met diploma’s
Wat is de waarde van een diploma? Wat zegt het papiertje waar in sierlijke letters ‘Diploma’ op prijkt over de kennis en de kunde van de houder van het papiertje? Mogen we de diploma’s nog wel vertrouwen? Dekt de vlag nog steeds de lading? Zijn vragen die ik mij al een tijdje stel en waar ik moeilijk nog een antwoord op kan verzinnen, wat op zichzelf eigenaardig is. We mogen er toch vanuit gaan dat diegene die een diploma in zijn bezit heeft de nodige kennis en kunde is bijgebracht van het vak of beroep waar het diploma voor geldt? Niet dus, vooral niet in het Middelbaar Beroeps Onderwijs. Daar gelden immers de wetten en regels van het Competentie Gericht Onderwijs.
Ik was een bevoegd docent voor de vakken wiskunde, natuurkunde en scheikunde, tweede graads bevoegd, let op het woordje wás. Bij de invoering van het CGO werd ik ‘gewoon’ een docent LC. Nergens stond nog bekend voor welke vakken ik bevoegd ben, dat bleek ook niet nodig want in het CGO waren de vakken zo goed als afgeschaft, vooral wiskunde, natuurkunde en scheikunde want daar had toch niemand nog enige behoefte aan. Nieuwe ‘vakken’ dienden zich aan. Presenteren, feedback geven en ontvangen, werken aan beroepsprestaties, vergaderen, evalueren, en luchtfietsen. De inhoud van deze nieuwe vakken bleken nog minder transparant te zijn dan de namen waar ze zich achter verscholen. Het vak ‘feedback geven en ontvangen’ bleek niet meer te zijn dan het invullen van vragenlijstjes over de ‘prestatie’ van iemand anders en het ‘werken aan beroepsprestaties’ bestond louter uit het vormen van projectgroepjes die al dan niet voortvarend aan de slag gingen met zelfbedachte op het beroep gerichte projecten. Dit alles speelde zich af in gangen, electronische leeromgevingen, koffiekamers, overblijfruimten en op het laatst toen we het oude voor een nieuw gebouw hadden ingeruild ook in het restaurant voor leerlingen.
De Algemeen Vormende Vakken zoals wiskunde en Nederlandse taal bleken een onderdeel te vormen van al die zweefteverige beroepsvakken. Ten minste, een projectverslag moest voldoen aan de kenmerken voor Nederlandse taal zoals die waren opgenomen in het ‘profiel’. Op niveau 2 bleek dat ‘de lezer begrijpt wat er wordt bedoelt’ en ‘ondanks de spelfouten begrijpt de lezer wat er wordt bedoelt’ en ‘ondanks stijl- en grammaticafouten begrijpt de lezer wat er wordt bedoelt’ genoeg om een vinkje in het hokje achter Nederlands taal te krijgen. Als alle vakjes waren aangevinkt leverde dat een diploma op. De deelnemers vonden het uitstekend. Zo hadden ze ruim de tijd om in hun eigen kleed- en drinkgeld te voorzien middels een bijbaantje, controle op aanwezigheid op school was er nauwelijks of niet.
Aangezien ik bekend stond als een ‘traditionele’ docent, was ik dan ook niet tevreden met alleen de aanwezigheid van de leerlingen in mijn workshops. Er moest ook gewerkt worden, het heet per slot niet voor niets ‘work’-shop. Zo bestond het dat ik als enige docent van de leerling een werkstuk eiste als afsluiting van de workshop. De regel was simpel, geen werkstuk van degelijke kwaliteit, geen vinkje in het vakje.
Zoals het er in alle scholen aan toe gaat zorgde het overgrote deel van de leerlingen dat hun werkstuk op tijd werd ingeleverd, een klein deel een paar weken later en dan waren er nog de notoire spijbelaars die dachten dat het ‘werkstukprobleem’ vanzelf verdween als ze maar lang genoeg wachten. Telkens er een werkstuk was ingeleverd en goed bevonden meldde ik dat aan de mentor-coach van de leerling, zij of hij was als enige bevoegd om het vinkje in het vakje te plaatsen, ‘traditionele’ docenten hebben alleen verstand van cijfertjes en niet van vinkjes, dus die taak was niet voor mij weggelegd.
Het was rond Maart, een maand of vier vóór het einde van het schooljaar toen ik het sufferdje van de school in mijn postvakje vond. In chocoladeletters de naam van één van mijn leerlingen en daaronder een foto van de leerling, bosje bloemen in de hand en de voorzitter van de raad van bestuur glimmend van trots aan haar zij. Opschrift bij de foto, “deelnemer van het jaar.” Hele tekst daaronder met alle goede deugden van de leerling opgesomd. Snel, accuraat, vriendelijke, hardwerkend, oog voor de medeleerling, en vooral reeds 4 maanden voor het einde van het schooljaar het diploma behaald. Ik stond als aan de grond genageld, diezelfde ‘’beste leerling van het jaar’ moest nog maar liefst zes werkstukken bij mij inleveren, zes werkstukken van zes workshops, dus minimaal zes vinkjes te kort voor een diploma.
De mentor-coach legde mij desgevraagd uit dat de deelnemer enorm haar best had gedaan, het op de stage goed had gedaan, altijd op school was geweest en dat die paar ‘ouderwetse’ werkstukken nu niet de doorslag mochten geven. Op mijn vraag of zij als mentor-coach dan wel de doorslag mocht geven werd simpelweg ‘ja’ geknikt, en daarmee was de kous af.
Gesjoemel, bedrog en de goddelijke gave van onfeilbaarheid van de mentor- coach zorgen er voor dat in het Competentie gericht Onderwijs een diploma niet meer of minder is dan de willekeurige ‘vinkjeshand’ van de mentor-coach.
J. Jeronimoon
Reacties
De verloedering, de willekeur en het nihilisme helder voor het nageslacht vastgelegd! Hoe is toch mogelijk dat er zo weinig verzet is tegen dit soort misdadige praktijken. Het zijn de praktijken van corrupte regeringen: onderlinge handjeklap louter gebaseerd op strikt persoonlijke voorkeuren. Dat leerlingen aan dit soort willkeur zijn overgeleverd is het bewijs van de totale verloedering. Normen bestaan niet meer, persoonlijke voorkeur gaat de doorslag geven. Het is een kleine sovjet-staat.