column van Prof. dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer

Naar aanleiding van het verhaal van mevrouw van Bijsterveldt op het symposium schreef Prof. dr. Goorhuis Brouwer onderstaande overwegingen. Dank daarvoor.

WE MOETEN ZWAKKE SCHOLEN TERUGDRINGEN

Deze uitspraak deed Marja Bijsterveld, demissionair staatssecretaris van onderwijs, op 27 februari j.l op een symposium georganiseerd door BON ( Beter Onderwijs Nederland).
De lat moet omhoog, de basis op orde en we moeten scherp zijn op de leerplicht.
Tjonge, wat een gespierde taal. Ik moest denken aan Brian, Patrick en Jessie.
Brian en Patrick zijn vier jaar oud en Jessie is acht jaar oud. Alle drie de jongens gaan niet naar school.
Waarom niet? Hebben zij ouders die de kinderen willens en weten thuis houden? Moeten we de leerplichtambtenaar inschakelen?
Nee, in het geheel niet.
Het zijn scholen die de kinderen weigeren.
Brian komt uit een zwak sociaal milieu. Zijn ouders kunnen hem geen stimulerende en rijke thuisomgeving bieden. Ze zijn volledig in beslag genomen door hun eigen besognes. De dagelijkse huishouding vraag eigenlijk al meer van ze dan ze aan kunnen. Als Brian op vierjarige leeftijd bij de basisschool wordt aangemeld, vraagt de schoolleiding, de ouders kennende, zich af of dat wel goed is voor Brian is. Een onzuiver motief, want het eigenlijke argument is dat de school zwakke leerlingen op voorhand wil weren. Zij zien voor Brian meer in een MKD (Medisch Kleuter Dagverblijf) plaatsing. Brian wordt uitgebreid getest en hij laat op verbale en niet verbale ontwikkelingsaspecten laaggemiddelde scores zien. Het onderzoeksteam concludeert dat dit grotendeels veroorzaakt wordt door de onderstimulering tot nu toe en adviseert toch plaatsing binnen het reguliere onderwijs. De school gaat onder protest tot een proefplaatsing over.
Patrick komt uit een middenstandsgezin waar in voldoende mate wordt gespeeld en voorgelezen. Anders dan zijn broertje ontwikkelt hij zich echter niet zo vlot. Op de peutergroep maakt men zich al zorgen en op voorhand wordt gezegd dat hij waarschijnlijk niet naar de basisschool zak kunnen. Ook Patrick wordt uitgebreid getest en bij hem worden onvoldoende scores vastgesteld voor zowel de verbale als de niet-verbale ontwikkeling. Eigenlijk is Patrick een moeilijk lerend jongetje en zou op zijn plaats zijn binnen het special basisonderwijs. De ouders zullen zich hierop oriënteren. Maar helaas, ook de daarvoor betreffende Weer Samen op Wegschool wil Patrick niet als leerling. Zijn scores vinden ze te zwak en ook voor Patrick wordt een MKD geadviseerd, waar overigens vanwege een lange wachtlijst geen plaats is. Een huilende moeder meldt aan het onderzoeksteam dat geen enkele school haar kind (net vier!) wil hebben. Zelfs een proefplaatsing wordt niet overwogen.
Groep 1 en 2 van de basisschool zijn al zo zijn verschoolst dat het ook daar om prestaties gaat. De kinderen krijgen geen tijd meer om zich spelenderwijs te ontwikkelen.
Jessie is acht jaar en komt net als Brian uit en zwak sociaal milieu. Het is vooral gedragsmatig een lastig jongetje. Als hij op zijn gedrag wordt aangesproken zegt hij steevast dat hij de meester niet kan horen. De leerkracht kan er niet goed mee overweg en Jessie wordt van school gestuurd. Als hij bij het onderzoeksteam wordt aangemeld met de vraagstelling of zijn gehoor wel in orde is (hetgeen gelukkig wel het geval is), zit hij al zeven maanden thuis.

Het huidige onderwijsbeleid wil achterstandsbeleid zijn. De sociale achtergrond mag kinderen niet belemmeren in hun schoolprestaties. De scholen moet sterk zijn en deze kinderen juist verheffen. Er mag geen onbenut talent zijn. Daarom: de basis op orde en scherp zijn op de leerplicht.
Het beleid keert zich echter om in zijn tegendeel. Uit angst een zwakke school te worden, worden leerlingen geweerd die de gemiddelde prestaties naar beneden kunnen drukken. En kinderen die zich als stoorzender in een groep kunnen gedragen worden ook geweerd. De leerkrachten en schoolbesturen, bang voor het oordeel van de inspectie, zien geen creatieve mogelijkheden meer om individuele kinderen ontwikkelingskansen te bieden. Vanuit het ministerie wordt wel het boek De gelukkige klas van Theo Thijssen gepromoot (CPNB campagne Nederland leest, 2007), het verhaal van meester Staal en zijn gerichtheid op de kinderen in zijn klas. Echter, de inhoud ervan hoeven we kennelijk niet meer ter harte te nemen.
In het huidige beleid staat niet de individuele leerling centraal, maar het gemiddelde eindproduct van een school. Daar kunnen individuele kinderen best aan opgeofferd worden. De lat moet omhoog!

Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer
Orthopedagoog/spraakpatholoog
UMCG

Reacties

Ingediend door Hals op Vr, 05/03/2010 - 18:10.

En als we het probleem nu eens van de andere kant bekijken, en wel vanuit de andere (29) kinderen (en ouders)?
Die willen ook graag dat niet alle aandacht naar probleemkinderen gaat.
Over de leraar spreken we maar niet, die al genoeg problemen op moet ruimen.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door gems op Vr, 05/03/2010 - 20:31.

Wat hier pijnlijk duidelijk wordt dat er voor passend onderwijs geen draagvlak is en komt die er wel door de maatregelen die passend onderwijs heten? Nu vallen deze drie kinderen tussen wal en schip. Reguliere onderwijs staat niet te springen en plaats is er niet in de andere herberg. Dat is verschrikkelijk voor deze ouders! En wat erg voor de scholen die hier voor een dilemma geplaatst worden! Bijvoorbeeld omdat er verwachtingen zijn bij ouders dat hun kind wel in het reguliere onderwijs geplaatst moet worden. Ik denk dat dit signaal heel erg is voor ouders, kinderen en scholen. Maar fijn dat dit signaal naar buiten wordt gebracht! Jasper kun jij er iets mee?

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Leo op Vr, 05/03/2010 - 21:27.

Binnen nu en ongeveer 2 jaar zijn er nog alleen jonge juffen in parttime banen.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON