Philosophy-based education
Veruit de meeste taal- en rekenmethodes die momenteel worden gebruikt in het basisonderwijs zijn gebaseerd op de filosofische stroming van het sociaal-constructivisme.
In zijn meest uitgesproken vorm beschouwt het sociaal-constructivisme de wetenschap als niets meer dan een vorm van interactie tussen wetenschappers, waarin het objectieve feit weinig tot geen rol speelt en juist sociale factoren belangrijk zijn bij de acceptatie van nieuwe wetenschappelijke theorieën.
Heel concreet houdt dit in dat deze taal- en rekenmethodes uitgaan van maatschappelijke trends. Hetgeen in de samenleving leeft en als ‘waar’ wordt ervaren door het merendeel van de mensen, wordt als uitgangspunt gebruikt. In zekere zin zeggen deze methodes dus iets over onze samenleving. Het is dus interessant om te kijken wat de kenmerken ervan zijn.
Allereerst bevatten ze veel wollige opdrachten, waaruit de opdracht gefilterd moet worden. Iedere opdracht op een bladzijde verschilt van de vorige, er is geen tijd om in te oefenen. De aan te leren vaardigheid wordt weinig tot niet geoefend. Denk hierbij aan lijntjes trekken tussen antwoorden of kleuren in plaats van sommen opschrijven en uitrekenen als het leerdoel is om sommen tot 10 te automatiseren. Ook is het niveau van de kale opdracht laag. Er worden geen oplossingsstrategieën aangeleerd, leerlingen moeten zelf uitzoeken hoe iets in elkaar steekt. Tot slot moeten opdrachten vooral leuk zijn en niet teveel een beroep doen op cognitie en doorzettingsvermogen.
Het koppelen van deze kenmerken aan de trends in onze samenleving laat ik graag aan de lezer over. Nog interessanter is om jezelf de vraag te stellen hoe de methodes er over pakweg 10 jaar zullen uitzien als de maatschappelijke opvattingen van 2009 erin verwerkt zijn.
Hoe dan ook, methodes op onze basisscholen mogen natuurlijk niet gebaseerd zijn op een filosofische stroming. Uiteraard is het zo dat mensen de werkelijkheid verschillend kunnen ervaren. Ieder heeft zijn eigen paradigma dat gekleurd wordt door aanleg en ervaringen uit het verleden. Maar daarnaast zijn er ook natuurwetten, principes die onveranderbaar zijn. Het is onverstandig om deze te negeren. Het gaat om de toekomst van onze kinderen en daarmee moet voorzichtig, respectvol en bovenal verantwoord worden omgesprongen.
Wij leerkrachten doen er daarom goed aan om onafhankelijke vakbladen te lezen, onderzoek tot ons te nemen en kritisch te zijn op beweringen die niet voorzien worden van controleerbare referenties. Gratis blaadjes op de lerarentafel, de vertegenwoordiger van een nieuwe methode, vakbladen van dezelfde uitgever als de taalmethode: ze dienen kritische benaderd en bevraagd te worden. Onderzoek alles, maar behoud het goede.
Deze weg leidt naar betere leerprestaties, een hoger eindniveau en daarmee een betere voorbereiding op deelname aan de maatschappij. Leerkrachten worden weer baas over hun eigen klas en school. Het zal het vak weer aanzien geven.
SCHRIJF JE IN VOOR
BETER ONDERWIJS


Reacties
Beste onderwijsgek,
wellicht heb je al op de hoogte, maar de stichting goed rekenonderwijs brengt in samenwerking met Noordhoff binnenkort een nieuwe niei realistische rekenmethode uit. Geen constuctivisme en veel oefening.
We zijn nu in de fase van (her) schrijven van de laatste stukken en willen komend schooljaar gaan testen.
Ik volg het nauwgezet en ben ook bij de informatiebijeenkomst geweest op de Rekendag van BON. Geweldig initiatief dat voor veel onrust en activiteit zorgt bij veel andere uitgeverijen. Complimenten voor jullie werk!
Goed vind ik ook 'Het Grote Rekenboek' van Scala Leuker Leren. Eindelijk weer eens duidelijke en eenduidige uitleg van de rekenbewerkingen. Tijd voor inoefening en pasaan het eind van een hoofdstuk aandacht voor het toepassen ervan. De juiste volgorde in mijn ogen.
Uitgeverij scala doet ook uitstekend werk! Andere uitgevers brengen ook al nieuwe edities uit, maar wat ik daarvan gezien heb lijkt het vooral een marketing actie dan dat er werkelijk een gedegen methode wordt uitgebracht. Het positieve is dat de alleenheerschappij van het realistisch rekenen niet meer vanzelfsprekend is. Dat had ik een jaar geleden niet durven hopen.
Ben het helemaal eens met je woorden. Uitgevers bedienen de wensen van de markt en passen daarom enkele zaken aan. Het fundament van de methode is echter ondeugdelijk en dat kost meer tijd om aan te passen. Ik ben benieuwd waar dit toe leidt. In ieder geval is er al veel bereikt en lijkt Reken Zeker te voorzien in een grote behoefte. De leerkrachten die ik spreek, zien namelijk veel tekortkomingen in de huidige methodes. En dan speek ik niet enkel over rekenen. Succes verder en geniet van het reeds behaalde resultaat!
Sociaal-constructivisme is de leerpsychologie achter het Natuurlijk Leren. Het gaat ervan uit dat het verwerven van kennis en vaardigheden niet zozeer het gevolg is van een directe overdracht van kennis door de docent, maar eerder het resultaat van denkactiviteiten van de leerling zelf. Het pleit voor een actieve rol voor de leerling bij het verwerven van kennis en vaardigheden, waarbij sociale processen een belangrijke rol spelen.
Kennis wordt door ieder mens op een eigen wijze geconstrueerd, waarbij men sterk wordt beïnvloed door de reacties en opvattingen in de sociale omgeving. Het constructivisme vindt zijn wortels in het werk van Piaget, de Gestalt-psychologen Bartlett en Bruner, en in de onderwijsfilosofie van John Dewey.
Ik probeer te doorgronden in hoeverre deze gedachtegang te maken kan hebben met het gelijkheidsbeginsel van de linkse kerk of de feminisering van het onderwijs.
Hoe een mens op basis van deze theorie Grieks en Latijn of wiskunde en natuurkunde moet leren, is me een raadsel.
Onderwijsgek heeft het bij het juiste eind, wanneer hij zich verzet tegen al dat zweverige gedoe en zegt dat we met beide benen op de grond moeten blijven staan.
Je vraagt of de achergrond van dat sociaal constructivisme te maken heeft met feminisering en linkse politiek. Ik sluit niet uit dar er raakvlakken zijn, maar ik denk zelf dat andere aspecten een veel belangrijkere rol spelen. Op de eerste plaats ken ik te veel rechtse mannelijke aanhangers van het sociaal constructivisme, ook topmanagers bij bedrijfen denken is degelijke termen. Verder is de aantrekkingskracht van het sociaal constructivisme vooral ook gerelateerd is aan het beroep of de studie die je doet.
Je noemt terecht wis- en natuurkunde en klassieke talen als vakken die je zo onmogelijk kunt leren. Maar de mensen die zich bezig houden met onderwijskunde en onderwijs organisatie zijn zo goed als nooit beta's of classici. en andersom: classici en beta's houden zich bijna nooit bezig met onderwijskunde en -organisatie.
Iedereen die wel eens een managementboek heeft gelezen weet dat het volslagen onmogelijk is om ook maar iets zinvols uit zo'n boek te leren. Het is saai, bevat bladzijden vol met alleen maar lijstjes van dingen die nergens worden gedefinieerd en binnen één boek tenminste 3 verschillende betekenissen blijken te hebben (zonder dat de auteur dat doorheeft), en is technisch slecht geschreven. Verder zijn er over een en hetzelfde probleem evenveel verschillende elkaar tegensprekende theorieën beschreven als er auteuurs zijn. Nogal wiedes dat managers vinden dat je kennis niet uit boeken haalt. Dan maar liever een "training", liefst in een complexe reële beroepssituatie. Dáár leert hij wat van. Ook het idee dat kennis subjectief is klopt voor management theorieën. De een kiest voor management by speach, de andere by walking en de derde zweert bij chakra's. Iedereen vindt zijn eigen vorm. Precies hetzelfde zie je inde onderwijskunde. Niemand vertelt beginnende leraren hoe ze zich moeten gedragen: ze moeten allemaal hun eigen weg vinden.
En laten nu net de onderwijskundigen en de managers in een schoolomgeving de meeste aanzien en macht hebben! Dus als ze al twijfelen over de theorie achter hun eigen beroep, dan leert introspectie hen dat ze er in ieder geval wel degelijk maatschappelijk geslaagd door zijn geworden. Kennelijk beloont de maatschappij competenties die voor de objectieve toeschouwer weinig waarde hebben.
Nu kun je nog vrede hebben met het idee dat onderwijskunde en managen het beste via HNL aangeleerd kunnen worden. Het gaat echter echt mis als die kundigen en managers vinden dat ook andere vakken zo aangeleerd moeten worden. Ook daar worden ze overigens in bevestigd. Zij zijn op school zelf grosso modo nooit in staat geweest de eerste wet van Newton te begrijpen of zelfs maar twee breuken op te tellen. Omdat ze zelf wel maatschappelijk geslaagd zijn, en "dus" intelligent zijn, doorzettingsvermogen hebben en kunnen communiceren kan dat alleen maar liggen aan twee zaken (die elkaar versterken). Men heeft vroeger op de verkeerde manier les gehad, dus dat moet anders, en ten tweede: de vakken zijn voor het echte leven irrelevant (want voor hen irrelevant).
En zo kan een beperkt wereldbeeld juist door een bescheiden denkraam voor die mensen volledig consistent en overtuigend zijn. Een beetje als de platlanders in de 3d ruimte of zoals Gulliver op zijn reizen meemaakte. Natuurlijk is de geschiedenis vol van perioden, volken en machthebbers die hun macht te danken hadden aan de volslagen foute wereldbeelden en de terreur die in naam daarvan werd uitgeoefend.
Juist gezien, 1989. Nu is het onze taak om niet te wachten tot we teruggezakt zijn in een soort middeleeuwen, waarin de wetenschap zich óók moest laten koeioneren door omhooggevallen managers (in klerikale gedaante), maar om de samenleving erop te wijzen waar dit mis gaat.
In termen van menswetenschappen ben je snel klaar: een samenleving van alleen maar managers, regelaars en ritselaars krijgt niets meer voor elkaar. Er moeten nu eenmaal WC's schoongemaakt worden, asperges gestoken, CV-installaties gerepareerd, schepen gebouwd en computers aangesloten. Allemaal dingen die de managers niet kunnen (wat kunnen ze eigenlijk wel?). Een van de symptomen van de managerssamenleving is dan ook het aantreden van wagonladingen buitenlanders die de managers van dienst zijn: Filippijnse au-pairs, Poolse stukadoors, Indiase programmeurs, Chinese technici: allemaal mensen die wel iets kunnen of willen, allemaal mensen die dat niet meer in Nederland hebben geleerd.
Daarnaast kunnen we er op wijzen dat de volledige maak- en onderhoudsindustrie drijft op vakmensen, mensen die werken in plaats van managen. Eigenlijk onze complete maatschappelijke infrastructuur: electriciteit, wegen, spoorlijnen, transport, communicatiemiddelen, alles is voor zijn functioneren van dergelijke mensen afhankelijk. De concrete voorbeelden liggen voor het opscheppen. Staken de vakmensen, dan werkt er niets meer. Staken hun managers, dan merk je daar weinig van.
Wij moeten onze medeburgers dus zo concreet mogelijk wijzen op het belang van vakmensen en op het enorme overschot aan, en de brutale onkunde van mensen die alleen maar vakmensen willen 'aansturen' of 'begeleiden'.
Het mag ook wat minder concreet: de metafoor van het Mexicaanse leger met honderd generaals en één soldaat begrijpt ook iedereen. Elke idioot kan roepen 'soldaat, val aan!' maar niet iedereen kan schieten.
Ik had nog niet gedacht aan jouw argumenten over de buitenlandse inhuurkrachten, maar het past perfect in het beeld. Dat doet me ook denken aan de gevleugelde uitdrukking: those who can, do, those who can't, teach and those who can't teach manage, ontstaan vanuit de universitaire onderzoekswereld, als ik me niet vergis. Je ziet hoe sterk deze wereldbeelden tegenover elkaar staan.
Ik meen dat we, voordat de kreet "Nederland kenniseconomie" was verzonnen, iedereen sprak over een diensteneconomie. We zijn dus van productie (industrieel of agrarisch), via de diensteneconomie, naar de kenniseconomie afged(w)aald. De laatste term nu blijkt een eufemisme te zijn voor managements economie. Iedereen manager... het uitvoeren laten we wel over aan de domme Aziaten die toch alleen maar kunnen namaken en de creativiteit van onze yuppen uit de grachtengordel missen.
Jullie hebben allebei gelijk, maar ik zoek naar het mechanisme dat het mogelijk heeft gemaakt dat het manager'dom' zo'n vlucht heeft kunnen nemen, dat zij in samenleving en onderwijs de kans hebben gekregen zoveel naar de knoppen te helpen. Daar moet een onderliggende oorzaak voor zijn geweest.
Hoeveel bèta's lopen er niet rond in de rol van manager, hoeveel wis- en natuurkundestudenten worden niet via consultancy vervolgens manager en houden zich vervolgens bezig met alfa- en gamma-zweverijen?
En waarom al die pogingen de vakken en vaklieden hun kennis af te nemen?
Wantrouwen? Linkse politiek van onderdrukking? Vrouwen die door hun aantal in het onderwijs de toon zijn gaan zetten?
Deze scherpe defamatie van het managerisme en de zweefliegerij.
In mijn simpele denkraam is het gewoon de kift tussen de alpha's en de beta's. Als je geen echt vak hebt geleerd dan ga je dat compenseren met dikdoenerij en schijnwetenschap. Of, zoals Leienaars dat zo scherp tegen Delftenaars zeiden "Gaan jullie maar hard leren, dan kunnen jullie later hard voor ons werken".
Sorry Hals, dit kan alleen maar een geintje zijn van rechtste rotzakken. Je zoekt het kwaad in de verkeerde hoek.
- Je kunt er mensen uit de lagere klassen dom mee houden
- Je kunt de kosten van het onderwijs (en de salarissen van docenten) drukken
- En de vrije ondernemers kunnen goud geld verdienen aan hun malle cursussen, coaching en andere onzin.
Als je persé de politiek erbij wil halen, dan zou dit de enige juiste redenering zijn.
Ik wil overigens voorstellen om niet meer herhaaldelijk naar links (of in mijn geval naar rechts) te trappen. Laten we onze argumenten uitwisselen. Persoonlijk voel ik me erg gekwetst door steeds weer dat gescheld op links (waarbij je nota bene zelfs de PvdA links noemt). Het doet me teveel denken aan -in mijn ogen- erg foute politieke partijen.
Het sociaal constructivisme is gelijk aan het postmodernisme. Lees Foucault er maar op na, of bekijk het debat tussen Foucault en Chomsky (http://www.youtube.com/results?search_type=&search_query=foucault+chomsk...). Het pomo zegt dat objectiviteit niet bestaat en dat je op moet passen voor mensen met verhalen die de wereld verklaren (dat laatste is de deconstructie van de grote verhalen). Dus de docent voor de klas die je vertelt hoe het moet is een fout figuur, want Hitler stond ook voor groepen te vertellen hoe het moest. Deze vergelijking klinkt raar, maar is toch echt waar. Alle mensen zijn gelijk, alle mensen zijn mensen, ik ben okee, jij bent okee, ik ben niet jouw baas, jij niet de mijne.
Voor de wis- en natuurkundigen onder ons: lees het boek van Sokal & Bricmont, Intellectueel bedrog. Overigens kunnen alfa's dat boek ook best begrijpen, moet je wel een beetje moeite voor doen.
Ik houd niet zo van dat alfa/bèta (=dom versus slim) gedoe. Daarvoor ken ik te veel kortzichtige mensen met een bèta-achtergrond. Plasterk is een mooi voorbeeld van iemand die loopt te pochen over de slimheid van deze bèta's en tegelijkertijd politiek niets klaarmaakt. Waarom is de man dan in godsnaam niet in zijn vak gebleven ? Dat was voor iedereen goed geweest. Hij had de samenleving een dienst kunnen bewijzen door te doen waar hij goed in schijnt te zijn en waar hij ook voor geleerd heeft. Maar tot dat inzicht komt hij niet. Hij zal na zijn ministerschap wel ergens burgemeester of zo worden.
Het voortdurend tegenover elkaar stellen van alfa's en bèta's; het heeft iets van mensen die in hun middelbare schooltijd zijn blijven steken.
Alfa/bèta bedoelde ik niet als dom/slim. Het gaat om het onderwerp. Sokal is natuurkundige en zijn boek gaat vooral over natuurkunden en het sociaal-constructivisme. Dat is voor mensen die geen natuurkunde gestudeerd hebben soms best lastig. Zoals het voor bèta's ook lastig is een studie over middeleeuwse vertaaltechnieken te lezen. Dat is alles.