Persbericht BON: Invoering CGO in MBO is chaos

Amsterdam, 11 februari 2009 persbericht persbericht persbericht BON: invoering competentieonderwijs chaos Vernieuwing niet “Dijsselbloem-proof” “Vandaag wordt het onderzoeksrapport over de invoering van het competentiegericht onderwijs (het CGO) in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) aangeboden aan de vaste Kamercommissie van OCenW. BON deelt de belangrijkste conclusies van het onderzoek, namelijk dat bij deze onderwijsvernieuwing, die de grootste vernieuwing ooit is, er ernstige tekortkomingen zijn te constateren ten aanzien van de regie en het toezicht door alle beleidsverantwoordelijken, inclusief de minister en de staatssecretaris De afstemming tussen de betrokkenen is zoek; zo is er bij de leraren, die in eerste en laatste instantie het onderwijs moeten geven, nauwelijks draagvlak gezocht.
Het rapport toont volgens BON onomstotelijk aan dat er in de ROC’s sprake is van twee gescheiden werelden, die onafhankelijk van elkaar opereren: de papieren wereld van beleid en bestuur die in zichzelf rondzingt en de wereld van het klaslokaal, waar leraren en leerlingen tegen de verdrukking in proberen om nog iets van onderwijs te verzorgen. Zo denkt bijvoorbeeld 79% van de bestuurders (die zelden een leerling zien) dat door het CGO leerlingen meer betrokken en gemotiveerder raken, tegenover 20% van de leraren, die de leerlingen dagelijks ervaren. Slechts 18% van de bestuurders denkt dat de vakinhoud te lijden heeft van CGO, tegenover 62% van de leraren, die dagelijks proberen de vakinhoud over te brengen. Vervolgens is vastgesteld dat er sprake is van een gebrekkig besef van de beleidsmatige, organisatorische en onderwijsinhoudelijke context waarbinnen de invoering van het CGO zijn beslag moet krijgen. BON stelt vast dat de operatie is uitgelopen op een bestuurlijke, beleidsmatige en inhoudelijke chaos, waarvan minimaal een aantal jaargangen van leerlingen de dupe worden en wellicht vele daarna. Volgens BON moet het vernieuwingsproces voor een groot gedeelte worden teruggedraaid. Dat kan heel goed, omdat de scholen nog lang niet klaar zijn voor competentieonderwijs en al helemaal niet voor de toetsing daarvan, ook al beweren de besturen anders. Daarnaast is er van de “vrije didactische ruimte” geen sprake. Blijkens de resultaten van het onderzoek is het CGO bij de meeste docenten synoniem met veel zelfstandig werken waarbij leerlingen structureel de eigen leervragen bedenken: docenten hebben één didactisch concept top-down opgedragen gekregen. Wat BON op voorhand afwijst, is het soort politieke “oplossing” zoals die door Staf Depla (PvdA), met instemming van zijn partijgenoot Jan van Zijl, de voorzitter van de MBO-raad, nu reeds wordt voorgesteld: “We maken deze onderwijsvernieuwing achteraf Dijsselbloem-proof”. Het achteraf zoeken van draagvlak is niet alleen onmogelijk; het is bovendien een gotspe van de eerste orde.”