Een lachende Rembrandt op koper

2 berichten / 0 nieuw
Laatste bericht
Hals
Een lachende Rembrandt op koper

“Ik heb er de afgelopen week nauwelijks van geslapen”, aldus Jan Six, de nakomeling en eigenaar van de ‘Jan Six’ van Rembrandt uit 1654, die nu te zien is op de tentoonstelling ‘Hollanders in Beeld’ in het Mauritshuis in Den Haag.
Jan Six is hoofd van de afdeling oude meesters van Sotheby’s Nederland en deed de afgelopen week op verzoek van een cliënt van Sotheby’s Engeland onderzoek naar een werk, dat aangeboden werd en in de catalogus vermeld stond als een 19de-eeuwse navolger van Rembrandt. Hij kreeg de schrik van zijn leven toen hij het zag, want Rembrandts kunnen worden toegekend of afgeschreven, maar dat er een mogelijke nieuwe Rembrandt op de markt zou verschijnen, werd voor welhaast onmogelijk gehouden.
Het vrijdag in het Engelse Gloucestershire bij het regionale veilinghuis Moore Allen & Innocent geveilde schilderijtje is weliswaar geen echt zelfportret van Rembrandt, maar heeft wel zodanige kenmerken, dat de hele kunstwereld daar zenuwachtig van werd.
Dat men even niet had opgelet, was wel duidelijk, want het schilderij werd slechts tussen de 500 en 800 pond geschat en niet in Londen geveild, want ‘daar komen alleen de topstukken onder de hamer’.
Six kreeg een afbeelding van het schilderij dinsdag onder ogen en viel stil, zoals hij dat uitdrukte. In de ‘Iconographia Batava’ van Moes uit 1897, de officiële lijst van geschilderde en gebeeldhouwde portretten van de Noordelijke Nederlanden uit vroeger eeuwen, werd het op koper geschilderde werkje vermeld als een verloren gegaan zelfportret van Rembrandt.
Het schilderijtje van het lachende soldaatje is ‘ruw’ en op koper geschilderd.
Rembrandt schilderde rond 1630 tot dusver slechts 3 werkjes op koper en alle werkjes zijn klein en ongeveer 12 x 15 centimeter. Deze nieuwe ontdekking zou de vierde in serie kunnen zijn.
Eén ervan, eveneens een tronie van een lachende soldaat, ligt in een vitrine in het Mauritshuis en werd lange tijd als onecht beschouwd, omdat het op een bijna Frans Hals-achtige impressionistische manier is geschilderd. Rembrandt maakte in deze Leidse periode rond 1630 meer lachende portretjes met zichzelf als model, ook in zijn etsen, maar over het algemeen werkte hij toen toch uiterst precies.
Een fijne en een ruwe stijl door elkaar kon niet waar zijn, zo meenden kunsthistorici. Inmiddels weten we wel beter.
Anderen twijfelen over de echtheid, omdat het op koper geschilderd is, hoewel dat niet ongebruikelijk was in die tijd. Bovendien lag Rembrandts atelier vol met koper, weliswaar bedoeld om op te etsen, maar toch!
Het soldaatje lacht, maar de kunsthandel verkeert in grote onzekerheid.
Het gaat immers om grote bedragen en de naam van de schilder speelt daarbij een cruciale rol.
We herinneren ons de slachtpartij die het Rembrandt Research Project bij het opschonen van het oeuvre van Rembrandt in de museumwereld teweegbracht.
Eens was de ‘Man met de gouden helm’ een Rembrandt die op een erepodium werd tentoongesteld. Net als bij de Mona Lisa nu nog, stonden er drommen mensen voor, in stille aanbidding voor het ‘gouden licht’. Nu hangt hetzelfde schilderij in een verkeerd en donker hoekje in de Gemäldegalerie in Berlijn. De mensen lopen eraan voorbij zonder het op te merken en ze kopen kaarten van hetzelfde schilderij met achterop ‘leerling van Rembrandt’. Het museum is in tranen; weer een publiekstrekker minder.
Deze nieuwe ontdekking lijkt ‘goede papieren’te hebben.
Het onderwerp, het koper, het pendant in het Haagse Mauritshuis, de losse schilderstrant en de vermelding in Moes, alles wijst in de goede richting. Gedegen onderzoek moet dat verder uitwijzen.
Wat mij maar niet los kan laten is de gelijkenis van deze tronie met een raadselachtig zelfportret dat Rembrandt in 1662 maakte, toen hij allang op de Rozengracht woonde, een pasteus geschilderd werk met de voorlopige titel ‘Zelfportret als Zeuxis’, waarvan we de werkelijke betekenis nog steeds niet hebben doorgrond,
Zeuxis was de beroemdste schilder uit de Griekse oudheid, waarvan gezegd wordt dat hij bij het schilderen van een oude vrouw en het zien van zoveel lelijkheid in een lachstuip het leven liet.
Tussen het schilderij van Zeuxis en de lachende soldaat zit een leven van 32 jaar.
In beide gevallen draait Rembrandt het hoofd in een wat onnatuurlijke houding naar de toeschouwer toe om een scherend licht op te vangen, in beide gevallen heeft hij de wenkbrauwen opgetrokken, de mond half geopend en een brede grijns op het gezicht en in beide gevallen lijkt hij ons te willen zeggen:”Wie het laatst lacht, lacht het best.”
De Zeuxis hing bij ons op school naast het bord en wanneer er een repetitie niet lukte, keek hij mij grijnzend aan.
Na mijn eindexamen heeft hij mij in mijn dromen nog vaak bezocht.

Hals

Een schilderij van een lachende figuur, dat eind vorig jaar op een veiling in Glouchester opdook, is inderdaad van de hand van Rembrandt.
De Lacher stond in oktober 2007 in de catalogus van een Brits veilinghuis vermeld voor 800 pond, maar leverde op speculaties dat het een Rembrandt zou zijn 2,2 miljoen pond op.Rembrandt-onderzoeker Ernst van de Wetering wilde het werk eerst grondig bestuderen en zegt nu in HP/De Tijd van deze week dat ‘De Lacher’ echt van de grote meester zelve is.
Van de Wetering vindt het werk zelfs ‘cruciaal’ voor een goed begrip van de jonge Rembrandt. ‘Het fenomenale van het schilderij is dat je er nieuwe schilderkunstige avonturen op ziet gebeuren.’
Het schilderij zou een studie zijn naar de lach waarvoor Rembrandt zijn eigen gezicht gebruikte. Hij signeerde met het monogram RHL (Rembrandt Harmenszoon Leidensis), zoals hij dat alleen in 1628 heeft gebruikt.
Van de Wetering: ‘Ik had ooit bij microscopisch onderzoek van een geheid echt monogram (ook in natte verf) aangetekend hoe de penseelstreken liepen. Dat bleek bij dit schilderij exact hetzelfde. Maar er waren veel meer aanwijzingen die voor de eigenhandigheid van het werk spraken.’

ANP

Onderwerp gesloten