Een goed klassenmanagement draagt bij aan betere leeropbrengsten. Goede leerkrachten organiseren hun klas zodanig dat alle kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. De klassenopstelling is een belangrijk onderdeel van het klassenmanagement. Het is dus interessant om hier eens nader naar te kijken.
In veel Nederlandse klaslokalen heeft zich de afgelopen vijftien jaar een opmerkelijke verschuiving voorgedaan van een opstelling in rijtjes naar een opstelling van tafelgroepjes. Dit is gebaseerd op de gedachte dat kinderen op school moeten oefenen met sociale interactie.
Hiermee is uiteraard niets mis: school is bij uitstek de plaats waar kinderen oefenen in het omgaan met anderen. Maar de vraag is of dit moet gebeuren tijdens de lessen waarin belangrijke kernvaardigheden worden aangeleerd, zoals lezen, schrijven en rekenen.
In plaats van star vast te houden aan het werken in groepjes zou de leerkracht kunnen kiezen voor een flexibele klassenopstelling, waarbij het doel van de les bepaalt voor welke vorm er wordt gekozen.
Zo kan er bij de rekenles in rijtjes worden gewerkt en tijdens de knutselles in groepjes. Ook kan er bijvoorbeeld ’s ochtends in rijtjes worden gewerkt (kernvakken) en ’s middag is groepjes (creatieve en zaakvakken).
We weten dat de leerkracht het verschil maakt. Ook weten we dat modeling een zeer krachtige vorm van onderwijzen is. De leerkracht doet ertoe! Laten we dan ook de leerkracht centraal durven zetten in het klaslokaal.
Door te kiezen voor een opstelling in rijtjes kan de leerkracht snel monitoren of alle kinderen meedoen en ook of ze het op de juiste manier doen. Dit maakt het geven van feedback een stuk eenvoudiger en het voorkomt het verkeerd inslijpen van fouten. Het geven van feedback is een zeer krachtige onderwijsfactor.
De aandacht van de gehele klas is snel te verkrijgen, want kinderen hoeven na een signaal enkel op te kijken: geen gedraai en geschuif met stoelen. Er wordt zodoende optimaal gebruik gemaakt van de beschikbare onderwijstijd. Ongewenst gedrag kan snel en zonder woorden worden gecorrigeerd, want de leerkracht kijkt niet tegen ruggen aan.
Er is geen afleiding tussen kinderen die recht tegenover elkaar zitten. Ook allerlei omkeringen van letters en cijfers worden voorkomen. In een groepje zien kinderen het werk van degene tegenover hen op de kop, hetgeen zorgt voor een verkeerd beeld. Ook de fouten van een groepsgenootje kunnen worden overgenomen. De instructie van de leerkracht moet bovendien worden omgekeerd als er in groepjes wordt gewerkt. Dit maakt de kans op het maken van fouten groter.
Bij het werken in rijtjes kan de leerkracht tijdens het lopen van een hulpronde tegenover de leerling plaatsnemen en is er oogcontact en nabijheid mogelijk. Een goede interactie tussen leerling en leerkracht draagt bij aan een goede relatie en betere leeropbrengsten. Ook hier kan de leerkracht weer eenvoudig en snel gebruik maken van modeling.
Een opstelling in rijen zorgt voor heldere loopwegen die niet snel geblokkeerd zullen worden. Leerlingen kunnen vlot en eenvoudig bij materialen komen en de leerkracht kan gemakkelijk rondlopen en alle leerlingen goed bereiken. De leerkracht heeft daarmee controle over de ruimte en de leerlingen.
Theaters, voetbalstadions, collegezalen en poppodia: de indeling is gericht op het zo goed mogelijk kunnen zien van de persoon die centraal staat. Leerkrachten spelen een cruciale rol of kinderen goed leren lezen en rekenen. Laten we hen dus een goed podium geven.