Dr. Laura Batstra onderzocht het verschijnsel ADHD en kwam tot conclusies die ervaren leerkrachten zeer waarschijnlijk ook al hadden getrokken. Ze was verontrust door de enorme toename van het aantal ADHD-gevallen; daar moest iets niet helemaal kloppen, zeker als we beseffen dat ADHD slechts een naam is voor een combinatie van gedrag. ADHD is NIET de naam van een neurologische hersenaandoening. Je 'hebt' dan ook geen ADHD zoals je een handicap 'hebt'. Je vertoont slechts gedrag dat men, terwille van de communactie, als ADHD heeft bestempeld.
Daar zien we al hoe een wijd verbreid misverstand onder tal van betrokkenen (scholen, ouders, kinderen - een jongere zegt al gemakkelijk dat hij ADHD 'heeft' -, en wellicht ook de medici die b.v. Ritalin verstrekken) is ontstaan: al die betrokkenen beschouwen ADHD als een soort medisch probleem.
Laura Batstra maakt duidelijk dat er sprake is van een gedragsprobleem, waarbij zij de problemen die sommig gedrag met zich meebrengt niet wil ontkennen of bagatelliseren. Gedragsproblemen kunnen allerlei oorzaken hebben: de oorzaken liggen niet noodzakelijk bij het kind, noch noodzakelijk in de hersenen. Die kunnen ook liggen in omgevingsfactoren.
Meer dan dertig jaar geleden werden de leerkrachten van de basisschool geconfronteerd met een nieuw medisch kinderprobleem: er waren kinderen die geboren waren met een kleine hersenafwijking vermoedelijk veroorzaakt door zuurstoftekort tijdens de geboorte. Deze kinderen noemde men LBD-kinderen (little brain damage - kinderen met een kleine hersenbeschadiging).
Zij vertoonden gedrag dat we nu ADHD-gedrag noemen. Er kwamen, vooral uit Amerika, allerlei aanbevelingen om deze kinderen beter te begeleiden (het probleem ontstond vooral nadat velen de autoritaire gezagsstructuren hadden vervangen door een vaag 'het-kind-centraal-idee'; wat ik persoonlijk al opmerkelijk vond). De kinderen hadden een storingsvrije omgeving nodig, konden niet te veel informatie tegelijk verwerken en dienden zeer gestructureerd te worden begeleid. Ik herinner mij plaatjes van afgeschotte werkplekken, voor elk kind een ruimte met schotten er omheen.
Deze LBD-diagnose was ook de reden dat ouders die hun kinderen aanmeldden voor de basisschool, de vraag kregen voorgeschoteld hoe de bevalling was verlopen. Veel ouders vonden zo'n vraag impertinent.
De mode duurde enkele jaren (inclusief voorlichtingsavonden of - dagen voor de leerkrachten) en daarna ebde het probleem geleidelijk weg en hoorde je er als leekracht weinig meer over. Na een aantal jaar was ik hier verbaasd over, want waarom zouden kinderen met een kleine hersenbeschadiging na een tijdje niet meer bestaan? Ik vroeg aan de schoolbegeleider hoe dat zat en kreeg als antwoord dat de diagnose een andere naam had gekregen: ADHD.
Toen begon langzaam maar zeker de opmars van deze diagnose. Ook dat vond ik vreemd omdat ik had gezien hoe zeer ervaren leerkrachten drukke kinderen wel tot een zekere orde en rust wisten te brengen ZONDER medicatie.
Intussen is de naam ADHD onder iedereen bekend geworden, en denkt men dat er werkelijk sprake is van een biologische neurologische 'ziekte' waar kalmerende middelen tegen helpen, met als gevolg dat kinderen nu medicijnen te slikken krijgen die hen enigszins tot zombies maakt. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn van opvoeding.
Gelukkig weet dr. Laura Batstra de vinger op de zere plek te leggen. Ze ontkent niet dat er inderdaad zware problemen kunnen zijn, maar stelt dat het dan toch echt gaat om een kleine groep. De diagnose wordt echter te gemakkelijk uitgedeeld en 'het kind' wordt te gemakkelijk als de oorzaak van het probleem beschouwd (immers; het kind krijgt de rommel te slikken).
Deze wetenschap zou snel verbreid moeten worden: Attention Deficit Hyperactivity Disorder is GEEN naam voor een medisch probleem, maar slechts de naamgeving voor een combinatie van gedrag. Een kind 'heeft' geen ADHD, maar gedraagt zich conform het beschreven gedrag dat men ADHD noemt. De beschrijving van gedrag is GEEN ziekte!
Ouderwets onderwijs bracht rust en regelmaat: iets dat kinderen hielp zich te concentreren en niet toe te geven aan allerlei direct opkomende impulsen. De opvoeding thuis stond achter zo'n aanpak, dat hielp natuurlijk ook.