Ingreep of aanwinst
Er gaan weer stemmen op om de middenschool in te voeren. Het schijnt dat onderzoek heeft ‘aangetoond’ dat de intelligentie van kinderen in de loop van het voortgezet onderwijs nog behoorlijk kan veranderen, dus hoger of lager worden. Zelfs als dat waar zou zijn is er nog geen reden om een heel ander onderwijsstelsel in te voeren. Want daar gaat het natuurlijk om. De middenschooldiscussie van de vorige eeuw was om twee redenen heftig: in de eerste plaats omdat het idealisme of liever de ideologie van de vernieuwers voorbij ging aan de praktijkervaring van de leraren en in de tweede plaats omdat anders dan tot die tijd gebruikelijk was, het hele voortgezet onderwijs tot uniformiteit gedwongen zou worden.
Als je dat denkt deug je niet
ROC-voorzitter
Hoe het komt weet ik niet maar het gebeurt nogal eens dat mensen die afscheid gaan nemen van hun baan in het onderwijs, opmerkelijke en behartigenswaardige dingen zeggen. Een voorbeeld is dhr Franken, bestuursvoorzitter van R.O.C. West-Brabant, die in een interview in BN DeStem van 24 juni onder meer het volgende zei: ‘Er is een continue opwaartse druk richting havo en vwo-opleidingen. Maar het is niet zo dat mensen steeds slimmer worden. Een gediplomeerd mbo-er die zijn hbo-diploma niet haalt kan altijd terugvallen op zijn mbo en aan het werk. Dat kun je van een uitvaller met een havo-diploma niet zeggen.’
De ton die viel in duigen
Het woord ‘hoogopgeleiden’ vind ik langzamerhand knap irritant worden. Zoals het gebruikt wordt in advertenties van relatiebureaus en door schrijvers en schrijfsters van artikelen en ingezonden stukken – ‘wij hoogopgeleide vrouwen’- geeft het blijk van arrogantie en zelfingenomenheid. En op grond waarvan dan? Is men door het volgen van een h.bo. of universitaire opleiding ineens zo bijzonder? Is hoogopgeleid hetzelfde als breed ontwikkeld, erudiet of geleerd? We weten ondertussen dat dergelijke pretenties dikwijls volkomen misplaatst zijn: ‘the bubble has burst’!
In de buidel tasten
De vwo-resultaten van het Bonaventura College in Leiden behoorden volgens een artikel in het Leidsch Dagblad van 18 maart twee jaar geleden nog bij de slechtste tien procent van het land, zodat de inspectie de school ‘onder toezicht’ plaatste. Maar een jaar later was het beeld omgekeerd en behoorde de school bij de beste tien procent. De school dankt de vooruitgang denkt men, aan een nieuwe aanpak: de leerlingen krijgen intensieve bijles en examentrainingen. Om betere resultaten te behalen maakte men gebruik van een extern instituut voor bijspijkercursussen, studenten werden ingeschakeld, men liet de leerlingen extra oefenen in het maken van multiple choice toetsen enz.
De kloof
In een artikel in NRC Handelsblad van 8 maart 2011 worden vier leraren aan het woord gelaten over het fenomeen prestatiebeloning. Het resultaat is, voor buitenstaanders, verrassend.
Bezuinigingen
Ik zou niet graag zeggen dat de overheid moet bezuinigen op onderwijs maar ik ben er wel van overtuigd dat er binnen het onderwijsstelsel zuiniger en doelmatiger met het geld omgegaan kan worden. Ik neem een paar dingen over uit een artikel van Fenna Vergeer in het decembernummer van Amphora : ‘Vrijwel al het extra geld dat de afgelopen twintig jaar naar het onderwijs gaat , komt niet terecht bij het onderwijs van leerling en student.’
En: ‘Het overheadbudget neemt in 20 jaar met 80% toe.’
En: ‘Het primaire proces kreunt onder de zware beheers- en verantwoordingslasten die de bestuurlijke en financiële autonomie met zich meebrengt.’
En uiteraard, het aantal ‘bovenschoolse’ managers, vaak met zeer riante salarissen is enorm toegenomen.
Brutaal of naïef
Ik vond een leuk bericht in BNdeStem van 15 januari. Dhr Luyten is één van onderzoekers die onlangs verklaard heeft dat het Nederlandse onderwijs het bèst goed doet. In de krant zegt hij: ‘Wat ons als wetenschappers stoort, is dat er selectief wordt omgegaan met de gegevens. Als we melden dat het goed gaat, dan worden onderzoeken in twijfel getrokken. Maar als een meting op lichte achteruitgang duidt, dan wordt dat wel geloofd.’ Daar zit volgens hem ook een andere kant aan: ‘Voor sommige beleidsgroepen is het gevaarlijk om te zeggen dat het goed gaat. Want dan krijgen ze geen geld meer.’
Homo economicus
Het dagblad Trouw van 18 december was voor een deel gewijd aan de door de krant jaarlijks opgestelde lijst van schoolprestaties. Ik hecht niet zo veel waarde aan dergelijke lijsten, ik herinner mij nog te goed hoe het blad tot voor kort die schoolprestaties bijna volledig relateerde aan het percentage geslaagden per school en daarmee het kwantitatieve principe nog dominanter maakte dan het al was.
Van Haperen kort door de bocht
Enkele weken geleden schreef Ton van Haperen een artikel in NRC Handelsblad waarin hij de aanbeveling deed het ontslagrecht te versoepelen en slechte leraren veel eerder te ontslaan dan nu gebruikelijk is.
Prestatieloon
Het klinkt, in het regeerakkoord, misschien niet alarmerend, maar het is het wel: ‘Er komt meer ruimte voor prestatiebeloning, zowel van personen als teams’. Het is een heel gemene verschuiving van de optiek: eerst, onder andere door de commissies Rinnooy Kan en Dijsselbloem, werd er gezegd dat leraren beter moesten worden betaald, alle leraren dus en dat ze meer inspraak moesten krijgen, nu wordt er impliciet, maar tegelijk keihard, gezegd dat er ‘gewone’ leraren zijn en ‘betere’ en dat die betere leraren meer moeten verdienen.
Bevoegd en bekwaam
Mijn stelling is dat onderwijssociologen – op grond van hun studie – niets toevoegen aan de kennis van de onderwijspraktijk. Als ze van tijd tot tijd iets verstandigs zeggen is er geen toegevoegde waarde boven het gezonde verstand.
Zo heeft Prof Dronkers ontdekt dat leerlingen er baat bij hebben als ze voldoende lessen krijgen en bevoegde leraren hebben. De prestaties gaan achteruit als er een tekort is aan (bevoegde) leraren. Dronkers concludeert dit na bestudering van de gegevens van de OESO in de internationale vergelijkende onderzoeken van het programma PISA.
Scheiding der geesten
In NRC Handelsblad van 19 juni staat een een interessant artikel met bovenstaande titel. De auteur, Dirk Vlasblom, is van mening dat het stemgedrag van de Nederlandse kiezer niet meer verklaard kan worden door zijn afkomst of levensbeschouwing, maar vooral door zijn opleiding.
De uitslag van de verkiezingen ‘was deels een stemmingsbeeld, gekleurd door de sympathieën en aversies van het moment, deels de afspiegeling van een trend: de toenemende vervreemding tussen hoog en laag geschoolde Nederlanders’.
Van je geloof afvallen
Toen ik op de volkstuin mijn schoffel onbeheerd achterliet waarna die prompt gestolen werd, zei mijn buurman hierover: ‘Jij bent ook te gelovig’. En inderdaad, hij had gelijk. Misschien was die goedgelovigheid, dat vertrouwen in de medemens, wel gerelateerd aan mijn leraarschap. Immers, leraren zijn altijd gevoelig geweest voor ideologieën die berusten op vertrouwen in de medemens.
Oremansdover
Een leerzame ervaring. Zo noemde De Volkskrant van 8 mei wat de voorzitter van het CDA in Enschede overkwam. Jan Bolscher, oud-rector van het Bonhoeffer College in Enschede, had een wijzigingsvoorstel ingediend op het concept van het verkiezingsprogramma van de landelijke CDA. Naar zijn inzicht schoten kwaliteit en doelmatigheid van het voortgezet onderwijs ernstig tekort. En zo nog een en ander.
Maar zijn amendement kreeg een negatief advies van het partijbestuur. Het was ‘negatief van toon’. Er ging de suggestie van uit dat het ‘alleen maar kommer en kwel’ is in het onderwijs.
Wat Bolscher meemaakte is in feite typerend voor de sfeer van de Nederlandse onderwijspolitiek. Men wil geen vervelende dingen horen over de stand van zaken in het onderwijs.