Een aardig artikel over hoe scholen vroeger het probleem oplosten van een tekort aan docenten en hoe men (bij de toenmalige frontale methode van lesgeven) tegen het aspect van de didaktische bekwaamheden van studenten aankeek staat in de NRC, katern Wetenschap&Onderwijs d.d. 13/14 oktober 2007 onder "Leraren kweken" door Maria Mathijsen
[ Commentaar MAP: Deze was door Seger in een andere thread geplaatst, maar ik vond het een interessant voorstel - interessant genoeg om serieus besproken te worden. Bovendien heb ik het artikel aangehangen. Ik hoor graag jullie meningen. ]
Het bestuur van BON steunt een voorstel van enkele BON-leden om zijne excellentie minister Plasterk te verzoeken hen toe te staan om een door ons in een conceptbrief beschreven gesubsidieerde VWO-charterschool op te richten die voldoet aan de kenmerken van regelvrije scholen zoals vermeld in de nota “Leren excelleren” van het Innovatieplatform.
De belangrijkste kenmerken van deze charterschool zullen zijn:
1. Vanaf de eerste klas een echt VWO-programma met accent op het verweven van kennis en inzicht binnen duidelijk afgebakende traditionele leervakken.
Schets van een Verdragsschool voor VWO
In zijn tweede NET-toespraak deelde onze voorzitter Ad Verbrugge ons mede dat de minister experimenteerscholen wil toestaan. Ik hoop dat hij daarbij zo veel vrijheid wil toestaan dat BON of een met BON samenwerkende organisatie “charter schools” (verdrags- of contract-scholen) mag oprichten. Dat zou tevens een einde maken aan de de facto onmogelijkheid om nieuwe niet- op godsdienst gebaseerde scholen op te richten.
BON heeft een aantal doelstellingen. Hieronder staan een aantal mogelijke aanvullende doelstellingen/actiepunten die leden mogelijk graag aan die lijst zouden willen toevoegen. Zij staan hier ter discussie. Betere bewoordingen en nieuwe actiepunten die de vermelde actiepunten niet impliceren worden op prijs gesteld.
1. Ontmacht de grote scholenorganisaties
reden: Zij sporen niet met de geest van de grondwetsartikelen over de vrijheid van onderwijs en
De macht van hun leiders berust niet op hun relevante bekwaamheid maar op politiek opportunisme
Uit onderstaande brief blijkt dat mijn poging om het monopolie van de Nederlandse schoolorganisaties te laten brandmerken door de DG Europese concurrentie mislukt is. Ik heb deze commissie in een eerder schrijven proberen duidelijk te maken dat de Nederlandse scholenorganisaties de facto monopolisten zijn en de facto zich gedragen als commerciële instellingen en dat deze feitelijke situatie de belangen van de ouder als consument schaadt. Het DG heeft mij kennelijk niet in deze redenering willen volgen zodat ik overweeg om na de zomervakantie te onderzoeken of ik alsnog mijn gelijk kan halen. Het DG heeft mij ook niet duidelijk gemaakt wat ik kon, mocht of moest doen om haar tot een ander oordeel te laten komen. Ook is mij niet verteld of “een hoger beroep” voor mij openstaat.
In het besef dat ik als oudere met kennis uit eigen ervaring over het prae-mammouth tijdperk tot een minderheid van de site-schrijvers en site-bezoekers behoor heb ik geregeld geschreven hoe het vroeger in het onderwijs was. Daarbij ben ik nu voor het eerst ongeloof tegengekomen. Ik concludeer daaruit dat het wenselijk is dat meerdere oude frequenteerders van deze site vanuit persoonlijke herinneringen schrijven hoe het vroeger was. Dan kunnen we misschien ook aanvoelen wat eventueel vroeger slechter was en verder in hoe verre het beter of slechter zijn leerling- of leraar-afhankelijk was.
"absurde eisen"
HOOFDBLOG KRING LERARENMAATSCHAPPEN
Introïtus::
Op dit moment moeten veel leraren les geven op een wijze waarmee zij en BON het niet eens zijn. Om daar een eind aan te maken moet de positie van de leraren binnen de scholen versterkt worden. Wij, ondergenoemden, zijn van mening dat dat bereikt kan worden door het oprichten van lerarenmaatschappen. Het zich organiseren van leraren in maatschappen zal o.i. na een moeilijke start niet alleen bewerkstelligen dat de zo georganiseerde leraren meer kansen krijgen om overeenkomstig hun eigen inzichten les te geven maar ook dat hun financiële positie verbetert. Beide aspecten dragen er toe bij om in BON’se zin de hoofddoelstelling van BON te realiseren: Beter Onderwijs in Nederland.
Tetradion politicon
Zijne excellentie Plasterk heft duidelijk gemaakt dat hij niet terugwil naar de toestand van vóór de Mammoethwet en de HOS-nota. We blijven dus zitten met een situatie waarin 4 belangengroepen, de politici, de schoolbesturen met hun managers, de leraren en de studenten/ouders moeten vechten voor hun belangen. Door de stommiteiten van de politici zijn de grote schoolorganisaties oppermachtig geworden. De vakbond van onderwijzers en leraren, die binnen hun organisatie zeer veel belangentegenstellingen kent, is niet in voldoende mate in staat gebleken de belangen van de leraren te beschermen. Ouders hebben zich jarenlang door de mooie praatjes van de schoolbesturen met een kluitje in het riet laten sturen. Bovendien heeft ook het ontstaan van grote scholen met opleidingen van zeer verschillend niveau de verdeeldheid van ouders in hun vertegenwoordigingen op de scholen versterkt. Ook al kennen veel schoolbestuurders geen Latijn: Met “divide et impera” zijn zij zeer vertrouwd.
In de provincie Limburg rijden sinds enige tijd Viola-bussen rond en er is zelfs een viola-trein. Voorheen reden er Hermesbussen. Het vervoer in Limburg, net als het onderwijs in Nederland een gesubsidieerde nutsvoorziening, vindt voortgang doordat bedrijven kunnen inschrijven op het verzorgen ervan. De overheid kiest dan de inschrijver uit die bij voldoende betrouwbaarheid voor het minste geld het vervoer wil verzorgen. Moet BON ontwikkelingen in het onderwijs in deze richting steunen? Dit is geen loze vraag want het hier beschrevene heeft plaats gevonden op het terrein van van integratie van laagopgeleide allochtonen in de Nederlandse samenleving, gezien als een vorm van onderwijs waar tot nog toe alleen de ROC's toegang hadden. De docenten op het ROC waren er niet blij mee want soms werd hen gevraagd met een lager salaris genoegen te nemen zodat hun school de concessie kon behouden. Dat is in tegenstelling tot de vervoersmaatschappijen waar de directie weet dat je je met ontevreden chauffeurs moeilijk aan de contractuele verplichtingen t.a.v. de concessieverstrekker kunt houden. Die verplichtingen zijn goed meetbaar. Het toewijzen van integratie-onderwijs verschilt in 1 belangrijk punt met het toewijzen van vervoer: Er is geen goed systeem bedacht om de prestatie te meten. Als dat wel bedacht en geimplementeerd zou zijn zouden de concessionarissen belang hebben bij goede leraren en hen navenant betalen. Duidelijk is dat in het onderwijs leerlingenexamens afgenomen door een onafhankelijke instantie een belangrijk onderdeel van zo'n meting zouden moeten uitmaken.
Het programma van de basisschool geeft geen goede voorbereiding op het VWO meer. Als gevolg van het mislukte experiment met de basisvorming bereidt de onderbouw VWO onvoldoende voor op de bovenbouw VWO. Dat heeft weer ten gevolge dat de universiteiten ontevreden zijn over het aanvangsniveau van hun studenten en moeite hebben om het niveau van hun studies op peil te houden.
Aan deze negatieve gevolgen die het streven naar nivellering voor intelligente leergierige 15-min-leerlingen heeft moet een eind gemaakt worden. Dat begint onderaan, aan de basis(school). Daarom zou naar mijn mening BON het volgende verzoek aan de bewindslieden van onderwijs en de parlementariers moeten overbrengen:
Studenten in het Hoger Beroepsonderwijs en leerlingen van het secundair onderwijs zijn ontevreden over het onderwijs dat zij krijgen. De instellingen voor HBO vertonen volgens professor Heertje de karakteristieken van een Maffia-organisatie. Wat ik in de discussie op deze website mis is een discussie of uitleg over de juridische mogelijkheden waarover BON beschikt. Waarom kunnen studenten geen verhaal halen wegens de slechte betaling-performance verhouding in het onderwijs?
De schoolbesturen in het onderwijs en vooral in het het HBO gedragen zich als ondernemers op een beschermde markt. Waarom dient BON geen klacht in bij het Europese Hof in in Straatsburg? Het gaat hier om een economisch delict.
Wie de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs volgt vanaf de invoering van de Mammoetwet ziet hoe de de wens om het de hoogvliegers uit de lagere milieu’s gemakklijker te maken om op te stijgen bij de invoering van de basisvorming overging in een halfslachtige poging om ieder kind met talent –en onbedoeld de kinderen uit gedepriviligeerde milieu’s in het bijzonder- tegen te houden om dat talent te ontwikkelen. Hij ziet dat de politici zich daarna weer realiseren dat goed onderwijs de bron van onze welvaart was en meenden dat onderwijs geven net zo iets was als het produceren van radiotoestellen, dus uitgevoerd moest worden in grote produktie-eenheden geleid door managers die hun werknemers op de werkvloer,de leraren, goed in de gaten moesten houden. Van dat alles lijkt de politiek nu te willen terugkomen maar het idee dat onderwijs bijna alleen in dienst moet staan van welvaartsvermeerdering is nog levensgroot aanwezig. Als hopelijkstraks inhoudelijk leren onder de strakke leiding van de leraar weer wordt toegestaan moeten er ook beslisingen genomen worden over wat en hoe men zou moeten leren. Bij de moderne talen denk ik daarbij bij voorbeeld aan het herinvoeren van vertalen bij Frans en Duits. Door de toegenomen rol van Engels in Europa en de gehele wereld is het converseren in de andere talen minder belangrijk geworden en kan men eerstgenoemden weer leren om hun culturele en intellectuele waarde in plaats vanwege de commercie. Op het VWO zou de mogelijkheid weer kunnen terugkomen om te starten met Euklidische meetkunde. Goed voor het in spreektaal oefenen met bewijzen. Maar er valt ook wat voor te zeggen om te starten met logica, eventueel beginnend met de oude Aristoteliaanse. Een mooie eerste stap naar de akademische wereld. De realistische wiskunde wordt hopelijk de nek omgedraaid.
Voor ouders die dromen van een kleine school die volgens de beginselen van BON aan hun kind lesgeeft lijkt er goed nieuws te zijn. CDA-lijsttrekker Balkenende, die een grote kans maakt in de nieuwe regering te komen, heeft drie voor hen belangrijke uitspraken gedaan:
1. Om de keuzevrijheid voor ouders te vergroten, is het nodig de stichtingsnormen te verlagen
2. Er moet een eenmalige extra impuls in kleinschalige onderwijshuisvesting komen
3. Competentiegericht leren is een aanpak onder vele. Het “nieuwe leren” is niet per se de beste aanpak. Niet elke school en niet elke ouder hoeft ervoor te kiezen.
écrasez l’infame !
Na het verschijnen van het manifest van de 2 belangrijkste werkgeversorganisaties heeft BON waarschijnlijk de mogelijkheid om met de werkgevers een strategische alliantie aan te gaan. M.i. moet deze alliantie zich niet er voor inzetten om rechtstreeks binnen de bestaande onderwijsstructuren veranderingen in gang te zetten maar streven naar een parallelle organisatie van kleine zelfstandig opererende categorale BON-scholen onder een bestuur dat zich als een faciliterende instantie ziet. Deze proberen wel de mogelijkheid van af- en op-stromen in stand te houden maar dat niet ten koste van hun eigen les-programma en lesmethode.
Actiethema BON-OMO:
De vertegenwoordiging van ouders op de scholen moet versterkt worden en een democratische legitimering krijgen.. Daar kan nu al een begin mee gemaakt worden door de manier waarop de ouders in een medezeggenschapsraad komen ingrijpend te veranderen. Wanneer de ouders op de school democratisch vertegenwoordigd zijn kunnen zij de vraag opwerpen waarom schoolbesturen überhaupt iets over scholen te vertellen hebben. Het enige belang dat de leden van een schoolbestuur in scholen hebben is immers hun eigen baantje.