Meld- en Steunpunt Intimidatie: veel gestelde vragen

Waarom een meldpunt voor intimidatie?
De vereniging BON heeft vele geluiden opgevangen over intimidatie van docenten door het management, zowel in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, als in het hoger onderwijs. Docenten die kritisch zijn over het gevoerde onderwijsbeleid wordt gedreigd met disciplinaire maatregelen, zoals niet-verlenging van een tijdelijke aanstelling of inmenging met de manier waarop het vak wordt gegeven. Ook kleinere pesterijen komen veel voor. Het blijkt dat veel docenten een sterke druk ervaren om klakkeloos te slikken wat het management zegt en doet, óók - en daar gaat het hier om - wanneer dit in de ogen van de docent ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs.

Docenten zijn werknemers, en net zoals alle andere werknemers horen zij het belang van hun werkgever te dienen. Daar is toch niets raars aan?
In juridische zin is dit waar. Veel van de strijdpunten tussen docenten en hun leidinggevenden gaan echter over de kwaliteit van het onderwijs: maar al te vaak vindt de docent dat de door het management gewenste 'onderwijsvernieuwing' geen verbetering maar een verslechtering is.

Onderwijs is een overheidsaangelegenheid, vrijwel geheel gefinancierd door overheidsgelden. Over het enorme belang van kwalitatief hoogstaand onderwijs is iedereen het eens. De uitvoering van dit onderwijs, daarentegen, is in handen van verzelfstandigde organisaties zonder noemenswaardige vorm van toezicht. De instelling is in staat om op allerlei manieren de kwaliteit van het onderwijs nadelig te beïnvloeden, door bijvoorbeeld (a) minder hoog geschoolde docenten in te schakelen, of (b) docenten die het betreffende vak niet meester zijn (in het VO zijn beide toegestaan sinds de Wet BIO van 2006), (c) het aantal contacturen per vak te verminderen, (d) contacturen met een vakdocent te vervangen door 'zelfwerkzaamheidsuren', (e) in het VO de schoolexamens hoger te waarderen dan het centraal schriftelijk eindexamen, (f) druk uit te oefenen op docenten om hogere cijfers te geven, en nog veel meer.

Maar dit soort dingen gebeurt toch niet - de docenten zouden dat toch niet toelaten?
Maar hoe weet u dat, wanneer kritische docenten hun kritiek voor zich moeten houden - vaak niet alleen buiten de school, maar zelfs ook binnen de school? Hoe komt u als ouder achter de plannen van de school? En als belastingbetaler?

Daar komt bij dat de docent met de toenemende verzelfstandiging steeds meer is overgeleverd aan de goede wil (of afwezigheid daarvan) van de schoolorganisatie. In het VO bepaalt met de Wet BIO de school - lees de leidinggevende - of een docent bevoegd is om een bepaald vak te geven. Dat betekent dat de leidinggevende simpelweg kan dreigen een bovenbouwdocent de bevoegdheid voor de bovenbouw te ontnemen; of een natuurkundedocent scheikunde te laten geven, of een docent vooral in te schakelen voor de surveillance van zelfwerkzaamheidsuren, en zo zijn er nog veel meer mogelijkheden om het leven voor een docent zuur te maken. In het HO ontbreken zelfs wettelijke bepalingen, en is er daarom heel weinig expliciete garantie dat een docent competent is.

Overtuig mij dan dat er een probleem is - voorlopig wijst niets daarop!
Het onderwijs, een overheidszaak, is op dit moment uitbesteed aan organisaties vrijwel zonder enige vorm van transparantie. Heeft u de school van uw zoon of dochter al eens gevraagd of docent X wel bevoegd is om vak Y te geven? Scholen zijn uitermate terughoudend met zulke informatie. Dat het niet goed gaat, is te zien aan een paar indicatoren die wel openbaar zijn:
1. Het steeds grotere verschil tussen de cijfers voor het schoolexamen en het CE (zie het artikel van De Lange en Dronkers)];
2. Het dalende scholingsniveau van de nationale docentenpopulatie (zie bijvoorbeeld de nota Werken in het Onderwijs, p.19-20)
3. Het almaar stijgende salaris van de (top)bestuurders;
4. Geluiden van kritische docenten die na het onderwijs te hebben verlaten vrijuit kunnen spreken (zie bijvoorbeeld Leraar is helaas geen academisch beroep meer van Maarten Huygen).

Als docenten het niet eens zijn met het beleid, dan kunnen ze toch gewoon naar een andere school of instelling gaan?
Ja en nee. Ten eerste zijn veel scholen samengevoegd in grote onderwijsconglomeraten; in sommige delen van het land hebben deze een de facto monopolie, zowel op onderwijs als op onderwijsbanen. Als een docent met ruzie bij een van deze scholen vertrekt, komt hij of zij niet meer aan de bak binnen dezelfde onderwijsorganisatie. Ten tweede verliest een docent met een overstap zijn of haar positie, en begint weer onderaan de ladder.

Maar deze discussie is feitelijk irrelevant. Het gaat er hier niet om of zulke intimidatie 'onrechtvaardig' is voor de docent; elke docent moet daar zelf zijn of haar eigen lijn in trekken. Waar het hier om gaat is dat deze intimidatie onderdeel is van een beweging in onderwijsland die uit drie delen bestaat: (a) het management neemt maatregelen die de kwaliteit van het onderwijs schade toebrengen, (b) de docenten die zich daar zorgen om maken worden met intimidatie in het gareel gedwongen, en (c) hierover komt niets naar buiten door een expliciet of impliciet spreekverbod aan de betrokkenen.

Van deze drie zijn alleen de laatste twee echt nieuw; incompetent management heeft altijd al bestaan, maar het is pas sinds de verzelfstandiging van de scholen dat het management de docenten de mond kan snoeren.

Wat gaan jullie met deze meldingen doen?
De meldingen van intimidatie worden volledig confidentieel behandeld. BON zal niets van deze meldingen openbaar maken zonder expliciete toestemming van de melder.

Het is natuurlijk wel de bedoeling om met de meldingen de publieke discussie aan te zwengelen over deze praktijken. Om dat te doen zal BON

  • waar melders daar toestemming voor gegeven hebben, citeren uit de meldingen, om het probleem gezicht te geven
  • verzamelgegevens publiceren: hoeveel mensen hebben zich gemeld, wat voor soorten intimidatie komen voor, hoe vaak komt het tot ontslag of tot een rechtzaak. Ook de vraag hoeveel mensen zich beperkt voelen in hun mogelijkheden om kritiek te uiten is een belangrijke.
  • met deze gegevens zal contact worden gezocht met het ministerie, de politieke partijen, en met de media.

De inspectie ziet toch toe op de kwaliteit van het onderwijs? Zolang die het beleid van de instelling goed keurt is er toch niets aan de hand?
(Hier hebben we het over het VO; in het HO is er geen inspectie, en de accreditatie speelt een andere rol). Vroeger was dat misschien zo, maar nu niet meer. Het is beleid van het ministerie dat de inspectie zich niet bemoeit met de inhoudelijke kant van het onderwijs; als de docent onderwijst dat Hitler en Caesar samen thee gedronken hebben is dat geen probleem, mits de leerlingen leuk bezig zijn. Daarnaast is met de Wet BIO een aantal van de praktijken hierboven legaal: de schoolleiding heeft het recht om zo te besluiten (over de daarbij horende plicht om goed onderwijs te verzorgen rept daarentegen niemand). Maar de genadeslag komt van het feit dat de inspectie geen sanctiebevoegdheid heeft; de taak beperkt zich tot evaluatie achteraf. Het is een waakhond zonder tanden. In de woorden van een ex-inspecteur: 'De rector komt voor de inspecteur zijn kamer niet meer uit; dat laat hij over aan zijn onderdanen'.